Verwerping Franstalig college

Zonder Waalse erkenning geen bodemdeskundige: een Duitse partner en een belofte om ‘zich desnoods te associëren’ redden de kandidatuur niet

Arrest nr. 267445 · 30 juli 2026 · VIe vakantiekamer, zetelend in kort geding

SPI selecteerde Gimmicks to Workflows niet voor haar raamovereenkomst voor erkende bodemsaneringsdeskundigen omdat de vennootschap de vereiste Waalse erkenning niet bezat — haar antwoord verwees naar een Duitse partner en naar de mogelijkheid zich later met reeds erkende structuren te associëren — en de Raad van State verwierp de UDN-vordering omdat het verzoekschrift een onregelmatigheid van de offerte bestreed terwijl de beslissing een niet-selectie was.

Wat gebeurde er?

Op 19 februari 2026 keurde de intercommunale coöperatieve vennootschap SPI een bestek goed voor een dienstenopdracht met als voorwerp een ‘raamovereenkomst — aanstelling van erkende deskundigen inzake het beheer van verontreinigde bodems voor de uitvoering van bodemonderzoeken, de opvolging van de saneringswerken en het opstellen van rapporten over de kwaliteit van de gronden’, te plaatsen bij open procedure. De opdracht omvatte oriënterende onderzoeken, karakteriseringsonderzoeken inclusief risico-onderzoeken, saneringsprojecten, het toezicht op saneringswerken, eindevaluaties en de opmaak van rapporten over de kwaliteit van de gronden, onder het decreet van 1 maart 2018. De aankondiging verscheen op 24 februari 2026 op e-Procurement en in het Publicatieblad van de Europese Unie, gevolgd door een rechtzetting. Artikel I.5 van het bestek vroeg als eerste selectiecriterium een kopie van het attest dat de inschrijver erkent als deskundige in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 of dat van 6 december 2018, samen met een kopie van de brief waarmee de SPW de erkenning heeft toegekend — de aankondiging preciseerde: erkenning van categorie 2, geldig op de datum van ondertekening van de overeenkomst. Daarnaast vroeg het bestek een lijst van de voornaamste diensten van de jongste drie jaar met vijf attesten van goede uitvoering (telkens één voor een oriënterend onderzoek, een karakteriseringsonderzoek, een gecombineerd onderzoek, een saneringsproject en een eindevaluatie), drie door Walterre afgeleverde CCQT’s, minstens één referentiedossier van 50.000 euro excl. btw, en een projectleider met minstens één jaar ervaring naast een seniorcoördinator met minstens acht jaar ervaring die de in de erkenning gemachtigde persoon is. Veertien inschrijvers dienden een offerte in, waaronder de bv Gimmicks to Workflows, die haar offerte indiende op 7 april 2026. Op 4 mei 2026 schreven de diensten van SPI haar aan: het attest van erkenning ontbrak, kon zij het bezorgen? Haar antwoord van 7 mei 2026 gaf het probleem eigenlijk toe. Zij werkte samen met een Duitse vennootschap en steunde op haar gespecialiseerde technische expertise; zij vroeg SPI om toelichting bij de manier waarop die accreditatie aan de Waalse regelgeving kon worden aangepast of erkend, en voegde eraan toe dat, mocht haar offerte worden weerhouden, ‘niet uitgesloten is’ dat die vennootschap zich zou associëren met reeds erkende structuren in het Waalse Gewest om de conformiteit te verzekeren. Op 26 juni 2026 keurde SPI het analyseverslag goed en gunde zij de opdracht aan Universoil srl, Aries Consultant nv en SGS Belgium nv. Bij brief van 2 juli 2026 werd de verzoekster ingelicht over de gunning en over de reden van haar niet-selectie: zij beschikt niet over de erkenning. Op 6 juli 2026 stelde zij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in; de zitting volgde op 22 juli 2026. De Raad preciseerde eerst wat precies werd bestreden: hoewel het verzoekschrift sprak over een beslissing die ‘de offerte onregelmatig verklaart en de opdracht aan een andere inschrijver gunt’, ging het in werkelijkheid om een beslissing van niet-selectie én gunning — wat SPI niet betwistte en waartegen zij haar rechten had kunnen uitoefenen. Dat onderscheid werd beslissend. Het verzoekschrift bevatte geen rubriek ‘middelen’; de argumentatie stond in de uiteenzetting van de hoogdringendheid en betoogde, met citaten uit de rechtsleer en uit oudere arresten over technische specificaties, dat de offerte niet kon worden geweerd wegens een niet-essentieel voorschrift. Maar de offerte was niet geweerd wegens een onregelmatigheid: de verzoekster was niet geselecteerd omdat zij de erkenning niet had, een selectiecriterium inzake technische en beroepsbekwaamheid. Het middel miste dus feitelijke grondslag. Zelfs bij een welwillende lezing van het verzoekschrift, aldus de Raad, betwistte de verzoekster de erkenningsvereiste niet, noch dat zijzelf ze niet vervulde, noch dat de onderaannemer op wie zij steunde ze niet vervulde; zij legde evenmin uit waarom de wering op die grond een kennelijke beoordelingsfout zou zijn. De formele motivering, die de afwezigheid van de vereiste erkenning vaststelt, was voldoende en afdoende. Het gelijkheidsbeginsel werd wel ingeroepen in de uiteenzetting van de feiten, maar niet concreet uitgewerkt, zodat het in die mate onontvankelijk was. Zonder één ernstig middel kon de vordering niet worden ingewilligd. De Raad wees ook het verzoek om informatie af — de identiteit van de opdrachtnemers, de eindrangschikking en de punten per gunningscriterium — omdat het administratief dossier de gemotiveerde gunningsbeslissing bevatte en de verzoekster ter zitting niet betwistte dat dit volstond; de offertes (stukken 13 tot 26) en de vergelijkende analyse (stuk 27) bleven voorlopig vertrouwelijk. De verzoekster draagt de kosten: 200 euro rolrecht, 26 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding voor SPI.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest zet twee dingen scherp. Het eerste is het onderscheid tussen selectie en regelmatigheid. Dat klinkt technisch, maar het bepaalt welk middel u moet schrijven. Wie niet wordt geselecteerd omdat hij een selectiecriterium niet haalt, wordt niet geweerd wegens een onregelmatige offerte — en de hele redenering over substantiële versus niet-substantiële onregelmatigheden, hoe correct ook, raakt dan geen enkele beslissingsgrond. Het verzoekschrift had citaten uit de rechtsleer en uit arresten over technische specificaties; het had niets over de erkenning. De Raad hoeft dan enkel vast te stellen dat het middel feitelijke grondslag mist. Het tweede is inhoudelijker en raakt elke buitenlandse of nieuwe speler die de Belgische markt wil betreden. Een erkenning die de opdracht als selectiecriterium vraagt, is geen kwaliteitslabel dat u later kunt regelen: ze is een toegangsvoorwaarde. Het antwoord van de verzoekster aan SPI — samenwerking met een Duitse vennootschap, een vraag hoe die accreditatie aan de Waalse regelgeving kon worden aangepast, en de belofte dat ‘niet uitgesloten is’ dat die partner zich met reeds erkende structuren zou associëren indien de offerte wordt weerhouden — is precies wat niet werkt. Ook het beroep op de draagkracht van een derde helpt niet wanneer die derde de erkenning evenmin bezit. Dat de erkenning volgens het bestek pas geldig moest zijn op de datum van ondertekening van de overeenkomst, verandert daar niets aan: bewijzen dat u erkend bent of zult zijn, is iets anders dan hopen het te worden. Tot slot illustreert het arrest hoe beperkt de informatieplicht in kort geding is. De verzoekster vroeg de volledige rangschikking en de punten per gunningscriterium; de Raad vond het volstaan dat het administratief dossier de gemotiveerde gunningsbeslissing bevatte — wat logisch is voor wie al in de selectiefase is afgevallen en met die punten dus niets kan aanvangen.

De les

Kijk eerst waar u bent afgevallen: in de selectie of in de regelmatigheidstoets. Van dat antwoord hangt uw hele verzoekschrift af. Bent u niet geselecteerd, dan moet u de selectiebeslissing aanvallen — betwist het criterium zelf, betwist dat u er niet aan voldoet, of toon een kennelijke beoordelingsfout aan. Een betoog over substantiële versus niet-substantiële onregelmatigheden raakt dan niets. Bent u een buitenlandse of nieuwe speler: regel de vereiste erkenningen vóór u indient. Een samenwerking met een gespecialiseerde partner, een intentie om de accreditatie te laten gelijkstellen of de belofte u ‘desnoods’ met een erkende structuur te associëren, zijn geen bewijs van bekwaamheid. Steunt u op de draagkracht van een derde, controleer dan of díé derde de erkenning bezit — dat is precies wat hier ontbrak. En let op de formulering van uw antwoord op een vraag van de aanbesteder: het antwoord van 7 mei 2026 gaf feitelijk toe dat de erkenning er niet was en maakte het dossier daarmee zelf dicht. Bent u aanbesteder, dan bevestigt dit arrest dat een duidelijk geformuleerd selectiecriterium met een concreet bewijsstuk — het attest én de toekenningsbrief van de SPW — u een korte, onaanvechtbare motivering oplevert: vaststellen dat de erkenning ontbreekt, volstaat.

Te onthouden

  • Niet-selectie wegens een onvervuld selectiecriterium is iets anders dan de wering van een offerte wegens onregelmatigheid; een middel over substantiële onregelmatigheden raakt de eerste beslissing niet en mist feitelijke grondslag.
  • De vereiste Waalse erkenning als bodemsaneringsdeskundige (BWR 27 mei 2009 of 6 december 2018, categorie 2) was een selectiecriterium inzake technische en beroepsbekwaamheid, te bewijzen met het attest én de toekenningsbrief van de SPW.
  • Een samenwerking met een buitenlandse partner, een vraag om gelijkstelling van diens accreditatie en de belofte zich ‘desnoods’ met erkende structuren te associëren, volstaan niet als bewijs van bekwaamheid.
  • Een beroep op de draagkracht van een derde helpt niet wanneer ook die derde de vereiste erkenning niet bezit.
  • Een grief over het gelijkheidsbeginsel die enkel in de uiteenzetting van de feiten opduikt en niet concreet wordt uitgewerkt, is onontvankelijk.
  • In kort geding volstaat de gemotiveerde gunningsbeslissing in het administratief dossier; de Raad hoefde de rangschikking en de punten per gunningscriterium niet te laten overleggen aan wie al in de selectiefase was afgevallen.
  • Het bestek vroeg naast de erkenning nog vijf attesten van goede uitvoering, drie CCQT’s van Walterre, een referentie van minstens 50.000 euro excl. btw, een projectleider met één jaar en een seniorcoördinator met acht jaar ervaring.

Waarop letten

  • De kwalificatie van de bestreden beslissing: de Raad herkwalificeerde hier zelf, maar bouwde daar geen middel voor u.
  • Het ogenblik waarop een erkenning moet bestaan: hier ‘geldig op de datum van ondertekening van het contract’, wat niet betekent dat u bij indiening nog niets hoeft te bewijzen.
  • De inhoud van uw antwoord op een informatievraag van de aanbesteder — het belandt in het administratief dossier en kan uw eigen dossier ondergraven.
  • Dat een raamovereenkomst aan meerdere deelnemers tegelijk kan worden gegund (hier drie), wat de kans op selectie verhoogt maar de selectiedrempel niet verlaagt.
  • De kostenrekening van een mislukte UDN-vordering: 200 euro rolrecht, 26 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding.

Stel jezelf de vraag

Weet u of u bent afgevallen in de kwalitatieve selectie of bij het regelmatigheidsonderzoek, en schrijft u uw middel tegen de juiste beslissing? Betwist u het selectiecriterium zelf, het feit dat u er niet aan voldoet, of de beoordeling — en zegt u dat met zoveel woorden? Beschikt u, of de partner op wiens draagkracht u steunt, op het ogenblik van indienen over de erkenningen die de opdrachtdocumenten als selectiecriterium vragen? Beseft u dat een intentie om een buitenlandse accreditatie te laten erkennen of om u later met een erkende structuur te associëren, niet als bewijs van bekwaamheid telt? Weegt u uw antwoorden op vragen van de aanbestedende overheid af, wetend dat ze in het administratief dossier belanden en tegen u kunnen worden gebruikt? En als aanbesteder: hebt u per selectiecriterium een concreet, verifieerbaar bewijsstuk gevraagd?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →