Verwerping Franstalig college

De NMBS trekt haar niet-selectie vijf dagen voor de zitting in: geen schorsing, maar ook geen benadeling — de vordering wordt onontvankelijk verklaard

Arrest nr. 267474 · 12 augustus 2026 · VIe vakantiekamer

De combinatie SACE – T-PALM vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van haar niet-selectie voor de perronverhogingswerken in het station van Namen, maar de NMBS trok die beslissing op 7 augustus 2026 in, vier dagen voor de zitting; omdat de intrekking terugwerkt tot de datum van de bestreden beslissing, hebben de aangevoerde onwettigheden de verzoeksters niet benadeeld en was de tweede ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 van de rechtsbeschermingswet niet vervuld.

Wat gebeurde er?

De NMBS plaatste een opdracht voor werken met als voorwerp de verhoging van de perrons 1, 2-3 en 4-5 in het station van Namen (dossier nr. WS2988197902, bestek nr. 20-0000507 – KCC.006). Bij beslissing van 7 juli 2026, dezelfde dag aangetekend en per e-mail betekend onder de titel ‘Mededeling van niet-selectie’, selecteerde zij de aanvraag tot deelneming van de combinatie SACE – T-PALM niet, wegens een beweerd gebrek aan technische en beroepsbekwaamheid. Op 22 juli 2026 vorderden beide vennootschappen de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid én de nietigverklaring van die beslissing. Bij beschikking van 24 juli werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak op de zitting van 11 augustus 2026 gebracht. Bij brief van 10 augustus deelde de NMBS mee dat zij de bestreden niet-selectiebeslissing op 7 augustus 2026 had ingetrokken. Op de zitting werden de partijen uitgenodigd zich uit te spreken over de vraag of de vordering, gelet op die intrekking, nog voldeed aan de voorwaarden van artikel 15, dat verwijst naar artikel 14, van de wet van 17 juni 2013. Zij verwezen naar de recente rechtspraak van de Raad van State en waren het erover eens dat de verzoeksters hun belang bij de vordering tot schorsing hadden verloren. De Raad van State volgde die lezing en preciseerde de redenering: de intrekking werkt terug tot op de datum waarop de bestreden beslissing werd genomen, zodat de aangevoerde schendingen — ook al zouden zij vaststaan — de verzoeksters niet hebben benadeeld en ook niet dreigden te benadelen. Daarmee is een van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 niet vervuld en moet de vordering onontvankelijk worden verklaard. De Raad verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, hield stuk 4 van het dossier van de verzoeksters in dit stadium vertrouwelijk, en hield de kosten, de rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, aan.

Waarom doet dit ertoe?

Een aanbesteder die zijn eigen beslissing intrekt terwijl het geding loopt, ontmantelt de procedure — maar de juridische route waarlangs dat gebeurt, is niet altijd dezelfde, en het verschil raakt de portemonnee. Wordt een bestreden gunningsbeslissing ingetrokken nadat zij al is geschorst, dan spreekt de Raad doorgaans van een beroep dat zijn voorwerp verliest en geldt de intrekking als een verkapte vernietiging, met de kosten ten laste van de aanbesteder. Hier kiest de Raad een andere ingang: hij toetst de ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 van de rechtsbeschermingswet en stelt vast dat de retroactieve intrekking élke benadeling wegneemt, ook de dreigende. De vordering strandt dus niet op het verlies van voorwerp maar op het ontbreken van belang, en wordt verworpen. Voor wie een schorsingsprocedure voert, is dat geen detail: de uitspraak zegt niets over de gegrondheid van de kritiek op de niet-selectie, en de kosten en de rechtsplegingsvergoeding worden hier uitdrukkelijk aangehouden in plaats van meteen aan de aanbesteder toegerekend. Dat de partijen het ter zitting eens waren, versnelde de afhandeling maar nam de vraag niet weg. Praktisch blijft de winst intact: de niet-selectie is uit de rechtsorde verdwenen en de combinatie kan opnieuw beoordeeld worden — precies wat een schorsing haar had moeten opleveren, maar dan zonder arrest over de bekwaamheidseisen waarover het geschil eigenlijk ging.

De les

Wordt u als kandidaat of inschrijver niet geselecteerd en trekt de aanbesteder die beslissing in nadat u naar de Raad van State bent gestapt, reken er dan niet op dat de Raad zich nog over uw grieven uitspreekt: de intrekking werkt retroactief en neemt de benadeling weg waarop uw belang steunt. Bereid u daarom voor op twee dingen. Volg nauwgezet wat er ná de intrekking gebeurt — een nieuwe selectiebeslissing kan dezelfde motieven overnemen, en dan begint de klok opnieuw te lopen met een nieuwe termijn van vijftien dagen voor een UDN-vordering. En houd uw aanspraak op de kosten levend: worden die, zoals hier, aangehouden, dan is de discussie daarover niet beslecht maar uitgesteld. Bent u aanbesteder, dan toont dit arrest de doeltreffendheid van een tijdige intrekking: door haar beslissing vier dagen voor de zitting in te trekken, ontnam de NMBS de vordering haar grondslag zonder dat de Raad de aangevoerde onwettigheden moest onderzoeken. Dat is een legitieme correctie, geen list — maar wacht er niet mee tot na een schorsingsarrest, want dan verandert het plaatje en betaalt u doorgaans de rekening.

Te onthouden

  • De intrekking van de bestreden beslissing tijdens het geding werkt terug tot op de datum waarop die beslissing is genomen.
  • Door die retroactiviteit hebben de aangevoerde schendingen de verzoekende partij niet benadeeld en dreigden zij dat ook niet te doen; de tweede ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 is dan niet vervuld.
  • De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt in dat geval onontvankelijk verklaard en verworpen — de Raad spreekt zich niet uit over de aangevoerde onwettigheden.
  • De NMBS trok haar niet-selectiebeslissing van 7 juli 2026 in op 7 augustus 2026, vier dagen voor de zitting van 11 augustus; de partijen waren het er ter zitting over eens dat het belang bij de vordering was weggevallen.
  • De kosten, de rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, werden aangehouden; stuk 4 van het dossier van de verzoeksters blijft in dit stadium vertrouwelijk.

Waarop letten

  • Het verschil tussen een vordering die haar voorwerp verliest en een vordering die onontvankelijk wordt bij gebrek aan belang — de gevolgen voor de kostenregeling zijn niet dezelfde.
  • Het tijdstip van de intrekking: vóór een schorsingsarrest ontneemt zij de vordering haar grondslag, ná een schorsing wordt zij doorgaans als een verkapte vernietiging behandeld.
  • Dat dit arrest enkel over de vordering tot schorsing gaat; het verzoekschrift strekte ook tot nietigverklaring.
  • Wat er na de intrekking gebeurt: een nieuwe selectiebeslissing met dezelfde motivering opent een nieuwe beroepstermijn.

Stel jezelf de vraag

Beseft u dat een intrekking tijdens het geding terugwerkt tot de datum van de bestreden beslissing en daardoor de benadeling wegneemt waarop uw belang bij de vordering steunt? Hebt u nagegaan of de nieuwe beslissing die na de intrekking wordt genomen dezelfde motieven hanteert, en welke beroepstermijn daarvoor loopt? Weet u dat de Raad de kosten in zo’n geval kan aanhouden in plaats van ze meteen aan de aanbesteder op te leggen? En als aanbesteder: hebt u de gebreken die tot de intrekking hebben geleid ook effectief rechtgezet, of neemt u dezelfde niet-selectie straks gewoon opnieuw?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →