Verwerping Nederlandstalig college

Een schorsingsarrest winnen garandeert niet dat je de opdracht krijgt — de overheid mag de hele procedure stopzetten

Arrest nr. 263584 · 12 juni 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt het beroep tegen de stopzetting van een plaatsingsprocedure voor een studie over Medical First Responders, omdat een eerder schorsingsarrest dat het selectiecriterium minstens onduidelijk noemde op zich een voldoende motief vormt om de procedure stop te zetten en een nieuw bestek op te stellen.

Wat gebeurde er?

De FOD Volksgezondheid schreef via een openbare procedure een opdracht uit voor de follow-up van een wetenschappelijke evaluatie over de implementatie van het concept Medical First Responder. Het bestek eiste als selectiecriterium dat inschrijvers een referentie voorlegden voor elk van twee categorieën wetenschappelijke studies — dringende geneeskundige hulpverlening en Medical First Responder — met een minimumbedrag van 100.000 euro per referentie. BV P. diende vier referenties in. Twee voldeden niet (triagesoftware, B-Fast). De twee andere — het proefproject EVapp Hoogstraten en een onderzoekslijn burgerhulpverlening — beschouwde de FOD als één referentie ('het EVapp project'), die weliswaar relevant maar onvoldoende was wegens beperking tot hartstilstand. BV P. werd niet geselecteerd; de opdracht ging op 11 december 2023 naar KU Leuven Research & Development. Bij arrest nr. 258.619 van 26 januari 2024 schorste de Raad van State de gunning. De Raad oordeelde dat uit het bestek niet viel af te leiden dat er twee afzonderlijke referenties nodig waren — minstens was de bepaling onduidelijk. Bovendien was het motief 'beperkt tot hartstilstand' niet deugdelijk: het bestek zelf betrof precies dat deeldomein. De FOD had het patere legem-beginsel geschonden door een prestatieniveau te eisen dat niet in het bestek stond. De FOD trok daarop de gunning in en zette de plaatsingsprocedure stop (beslissing 22 februari 2024). Motief: een ander bestek was nodig om de opmerkingen van de Raad aan te pakken. BV P. vocht die stopzetting aan. Zij betoogde dat het schorsingsarrest geen fundamenteel gebrek in het bestek had vastgesteld, dat een herbeoordeling met het bestaande bestek mogelijk was, en dat de FOD in werkelijkheid het selectiecriterium wilde verstrengen. Ter zitting voegde zij toe dat dezelfde opdracht inmiddels onderhands aan KU Leuven zou zijn gegund. De Raad van State verwierp het beroep. De verwijzing naar het schorsingsarrest — dat het selectiecriterium minstens onduidelijk noemde — volstond als motief. De beoordelingsruimte van de overheid omvat ook het oordeel dat het bestek moet worden gewijzigd om haar behoeften beter uit te drukken. De motiveringsplicht strekt niet zo ver dat de motieven van de motieven moeten worden gegeven. Het argument over de onderhandse gunning betrof feiten van na de beslissing en kon de wettigheid ex tunc niet aantasten. Ook de schadevergoeding werd afgewezen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt dat de beoordelingsruimte van een aanbestedende overheid bij de stopzetting van een procedure (artikel 85 Overheidsopdrachtenwet) ruim is. Een schorsingsarrest dat een bestekbepaling minstens onduidelijk noemt, vormt op zich een voldoende motief. De overheid hoeft niet te bewijzen dat ze het bestek niet kan repareren zonder stopzetting. Voor inschrijvers betekent dit: zelfs als je een schorsingsarrest wint, kan de overheid de procedure volledig stopzetten en heropstarten.

De les

Als inschrijver: reken er niet op dat een gewonnen schorsingsarrest automatisch leidt tot selectie of gunning. De overheid kan de hele procedure stopzetten en heropstarten met een nieuw bestek — en de verwijzing naar de overwegingen van de Raad van State volstaat als motief. Als aanbesteder: je hebt brede beoordelingsruimte om na een schorsingsarrest de procedure stop te zetten, mits je verwijst naar de vaststellingen van de Raad.

Te onthouden

  • Een schorsingsarrest dat een bestekbepaling 'minstens onduidelijk' noemt, volstaat als stopzettingsmotief
  • De beoordelingsruimte bij stopzetting omvat ook het oordeel dat het bestek moet worden gewijzigd
  • De motiveringsplicht strekt niet zo ver dat de overheid de 'motieven van de motieven' moet geven
  • Feiten van na de bestreden beslissing (zoals een onderhandse gunning) kunnen de wettigheid ex tunc niet aantasten
  • Een gewonnen schorsingsarrest garandeert niet dat je de opdracht krijgt

Waarop letten

  • Na je schorsingsarrest trekt de aanbesteder niet alleen de gunning in, maar zet ook de hele procedure stop
  • De aanbesteder verwijst naar het arrest als enig motief voor een nieuw bestek — dat volstaat
  • Er zijn signalen dat dezelfde opdracht onderhands aan een andere partij wordt gegund, maar de Raad kan dat ex tunc niet meenemen

Stel jezelf de vraag

Als je een schorsingsarrest hebt gewonnen: heeft de aanbesteder inmiddels de procedure stopgezet op basis van dat arrest? Zo ja, besef dan dat de kans klein is dat de Raad van State die stopzetting onwettig verklaart — zelfs als het schorsingsarrest je gelijk gaf over de interpretatie van het bestek.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →