Verwerping Franstalig college

Attesten van goede uitvoering eisen bij dienstenreferenties — mag dat, ook al schrijft het KB het niet voor?

Arrest nr. 264419 · 2 oktober 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering van een bodemanalyselaboratorium dat betwist dat een aanbestedende overheid attesten van goede uitvoering mag eisen bij referenties voor diensten, en oordeelt dat de aanbesteder zich mag vergewissen van de realiteit van de ingeroepen referenties, ook al schrijft artikel 68, §4 KB Plaatsing dit voor diensten niet uitdrukkelijk voor.

Wat gebeurde er?

De Stad Bastenaken schrijft een opdracht uit voor bodemstaalnames en -analyses. Het selectiecriterium voor technische bekwaamheid vereist minstens drie referenties van gelijkaardige diensten in de laatste drie jaar, vergezeld van attesten van goede uitvoering met vermelding van data en bedragen. Recosol, een bodemanalyselaboratorium, dient een offerte in maar levert geen attesten van goede uitvoering bij haar referenties. De stad selecteert haar niet. Recosol vecht de beslissing aan met twee middelen. Het eerste middel stelt dat artikel 68, §4, 1°, b) KB Plaatsing voor diensten en leveringen alleen een 'lijst van voornaamste diensten' als bewijsmiddel voorziet — zonder attesten van goede uitvoering, die het KB wél uitdrukkelijk voorschrijft voor werken (art. 68, §4, 1°, a)). Door attesten te eisen die het KB niet voorziet, zou de aanbesteder de limitatieve lijst van bewijsmiddelen hebben overschreden. De Raad volgt dat niet. Artikel 68, §4, 1°, b) schrijft inderdaad geen specifieke eisen voor over attesten van goede uitvoering bij diensten — maar dat betekent niet dat de aanbesteder zich niet mag vergewissen van de realiteit van de ingeroepen referenties. Het bestek definieert het selectiecriterium als een lijst van gelijkaardige diensten (een bewijsmiddel dat artikel 68, §4 uitdrukkelijk voorziet), aangevuld met attesten die de realiteit en relevantie ervan bevestigen. Dat is niet kennelijk onredelijk. Het tweede middel betreft de onduidelijkheid van afkortingen in de referentielijst. De Raad oordeelt dat de verzoekende partij geen belang heeft bij dit middel: het ontbreken van de attesten is het enige motief in de bestreden beslissing en volstaat om de niet-selectie te dragen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt een punt dat in de praktijk vaak voor verwarring zorgt: mag een aanbesteder attesten van goede uitvoering eisen bij dienstenreferenties? Het KB Plaatsing schrijft die attesten uitdrukkelijk voor bij werken, maar zwijgt erover bij diensten. De Raad bevestigt dat de aanbesteder zich mag vergewissen van de realiteit van de ingeroepen referenties — en dat attesten van goede uitvoering daarvoor een redelijk middel zijn. Het ontbreken van een uitdrukkelijke verplichting in het KB betekent geen verbod.

De les

Als aanbesteder: je mag attesten van goede uitvoering eisen bij dienstenreferenties, ook al schrijft artikel 68, §4, 1°, b) KB Plaatsing dat niet uitdrukkelijk voor. De logica: je moet de realiteit van de ingeroepen referenties kunnen verifiëren. Formuleer het selectiecriterium als een lijst van gelijkaardige diensten (het wettelijke bewijsmiddel), vergezeld van attesten (het verificatiemiddel). Als inschrijver: als het bestek attesten van goede uitvoering vereist bij je referenties, lever ze. Het argument dat het KB dit niet voorschrijft voor diensten, overtuigt de Raad niet.

Te onthouden

  • Artikel 68, §4, 1°, b) KB Plaatsing schrijft voor diensten en leveringen geen specifieke eisen voor over attesten van goede uitvoering — maar het ontbreken van een uitdrukkelijke verplichting is geen verbod.
  • De aanbestedende overheid mag zich vergewissen van de realiteit van de ingeroepen referenties en mag daarvoor attesten van goede uitvoering eisen, ook bij diensten.
  • Het selectiecriterium blijft een bewijsmiddel dat artikel 68, §4 voorziet (lijst van gelijkaardige diensten) — de attesten zijn een verificatiemiddel dat de realiteit en relevantie ervan bevestigt.
  • Als de bestreden beslissing op één draagkrachtig motief steunt (hier: ontbreken van attesten), heeft de verzoekende partij geen belang bij de bestrijding van een bijkomend motief dat in de beslissing niet is opgenomen.

Waarop letten

  • Het KB Plaatsing maakt een onderscheid: voor werken zijn attesten van goede uitvoering uitdrukkelijk vereist (art. 68, §4, 1°, a)), voor diensten niet (art. 68, §4, 1°, b)).
  • De verzoekende partij leidt uit het zwijgen van het KB een verbod af — de Raad volgt dat niet.
  • De verzoekende partij verwijst naar artikel 66, §3 van de wet (mogelijkheid om verduidelijking te vragen) — maar dat verplicht de aanbesteder niet om ontbrekende stukken op te vragen.

Stel jezelf de vraag

Eist het bestek attesten van goede uitvoering bij je dienstenreferenties en heb je die niet bijgevoegd? Dat is op het eerste gezicht een toereikend motief voor niet-selectie, ongeacht of het KB die attesten uitdrukkelijk voorschrijft voor diensten.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →