De 60-dagentermijn voor een nietigverklaring begint te lopen op de dag na verzending van de aangetekende brief — niet na ontvangst
Het beroep tot nietigverklaring is niet-ontvankelijk ratione temporis: de verhaaltermijn van 60 dagen begint te lopen op de dag na de verzending van de kennisgeving (9 februari), niet op de dag van ontvangst (12 februari), waardoor het verzoekschrift van 10 april één dag te laat is.
Wat gebeurde er?
AGB Vauban gunt een ontwerp-en-bouw-opdracht voor een zwembad in Ieper. De kennisgeving wordt per e-mail en aangetekende brief verzonden op 9 februari 2024. De aangetekende brief wordt door bpost overhandigd op 12 februari 2024. De verzoekende partijen stellen hun beroep tot nietigverklaring in op 10 april 2024. De verwerende partij werpt op dat dit te laat is: de 60-dagentermijn is op 10 februari beginnen lopen (dag na verzending) en verstreek op 9 april.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt een cruciale termijnregel die elke inschrijver moet kennen. Onder de Wet Rechtsbescherming van 17 juni 2013 begint de 60-dagentermijn voor een nietigverklaring te lopen op de dag na de verzending van de kennisgeving, niet op de dag van ontvangst. Dit wijkt bewust af van de algemene procedureregeling (art. 4 APR) waar de termijn loopt vanaf de 'kennisgeving' in de zin van ontvangst. De wetgever heeft bij het ontwerpen van de Rechtsbeschermingswet de suggestie van de Raad van State om 'kennisgeving' te vervangen door 'betekening' naast zich neergelegd — een bewuste keuze. In de praktijk kan dit betekenen dat je tot drie dagen minder hebt dan je denkt, afhankelijk van de postbezorging.
De les
Tel je 60 dagen vanaf de datum op de aangetekende brief, niet vanaf het moment dat je hem fysiek ontvangt. Bij niet-gelijktijdige zendingen loopt de termijn vanaf de dag van de laatste verzending. Eén dag te laat is fataal — ook als je inhoudelijk sterke middelen hebt.
Te onthouden
- De beroepstermijn van 60 dagen onder de Wet Rechtsbescherming begint te lopen op de dag na de verzending — niet na ontvangst. Dit geldt zowel voor het schorsingsberoep als voor het annulatieberoep. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze regel, die afwijkt van het algemeen procedurereglement.
Waarop letten
- Let ook op de vertrouwelijkheidskwestie: de Raad weigert de vertrouwelijkheid van stukken te lichten wanneer dit niet noodzakelijk is voor de oplossing van het geschil. Als je beroep niet-ontvankelijk is, hoeft de Raad ook niet in te gaan op je verzoek tot inzage in het volledige administratief dossier.
Stel jezelf de vraag
Noteer je bij ontvangst van een gunningsbeslissing onmiddellijk de verzenddatum van de aangetekende brief? Die datum — niet de ontvangstdatum — is je startpunt. Reken je de termijn correct: dag na verzending = dag 1, met toepassing van Verordening 1182/71? Let op: de dies a quo (dag van verzending zelf) telt niet mee. Plan je je beroepstermijn met marge? Dit arrest toont dat één dag verschil het verschil maakt tussen ontvankelijk en niet-ontvankelijk.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →