Schorsing Franstalig college

Vijf regels die niets uitleggen: de Raad van State schorst de Gemblouxse gunning omdat de stad niet zei waaróm de prijsverantwoording tekortschoot

Arrest nr. 267449 · 3 augustus 2026 · VIe vakantiekamer, zetelend in kort geding

De stad Gembloux verklaarde de offerte van de NV Entreprises M.I.G.N.O.N.E. voor perceel 1 van de ruwbouwopdracht aan de rue Notre-Dame substantieel onregelmatig wegens een abnormaal lage totaalprijs en gunde aan de NV Bajart voor 839.229,04 euro, maar deelde daarover enkel een stijlformule mee zonder één woord over de ingediende prijsverantwoording; omdat zo’n motivering noch de inschrijver noch de rechter toelaat na te gaan of die verantwoording ooit echt is onderzocht, schorste de Raad van State de gunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

Wat gebeurde er?

Op 9 januari 2026 publiceerde de stad Gembloux in het Bulletin der Aanbestedingen een opdracht voor werken met als voorwerp de ‘herverkaveling van de gebouwen 16 en 18 aan de rue Notre-Dame te Gembloux’, beheerst door het bestek met referentie DAG-2332/TLAR/PBER/CVAN2332_NOTRE_DAME. De zaak gaat over perceel 1, ‘Gros-œuvre et parachèvements’: de afbraak van twee gemengde gebouwen en de heropbouw van een geheel met een handelsruimte en een eengezinswoning. De gekozen plaatsingswijze was de openbare procedure met de prijs als enig gunningscriterium. Tegen de uiterste indieningsdatum van 25 maart 2026 dienden vijf inschrijvers een offerte in; bij de opening stond M.I.G.N.O.N.E. vierde gerangschikt. Bij brief van 21 april 2026 ondervroeg de stad haar met toepassing van artikel 36, § 2, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 over de totaalprijs van haar offerte, die abnormaal laag leek — volgens de verzoekster sloeg die vraag uitdrukkelijk ook op drie welbepaalde eenheidsprijzen. M.I.G.N.O.N.E. antwoordde op 29 april 2026. Op 25 juni 2026 besliste het gemeentecollege de opdracht te gunnen aan de NV Bajart voor 839.229,04 euro inclusief btw en het verslag van nazicht van de offertes van de ontwerper goed te keuren. In diezelfde beslissing werd de offerte van M.I.G.N.O.N.E. substantieel onregelmatig verklaard omdat haar totaalprijs abnormaal laag werd geacht. De kennisgeving van 25 juni 2026 besteedde daaraan vijf regels: er was op 21 april een prijsverantwoording gevraagd, die was op 29 april bezorgd, en ‘na analyse van de verantwoording over het totaalbedrag van de inschrijving blijkt dat de aangeleverde elementen niet volstaan om het realistische en economisch leefbare karakter van de offerte voldoende aan te tonen’. Bij gebrek aan voldoende en omstandige verantwoording kon de aanbesteder de twijfel over het abnormaal lage karakter niet wegnemen, zodat de offerte moest worden geweerd. Wat er precies ontbrak, stond er niet. Voor de Raad van State erkende de stad meteen dat zij ‘een fout had begaan bij de mededeling van de motieven’: die waren niet integraal meegedeeld, en dat werd rechtgezet in de nota van opmerkingen en bij de neerlegging van het administratief dossier. De Raad herhaalde de klassieke regel: een miskenning van artikel 8, § 1, eerste lid, van de wet van 17 juni 2013 betreft een formaliteit ná de gemotiveerde beslissing en tast de wettigheid daarvan niet aan — maar zij geeft de verzoekende partij wel het recht haar middelen te richten op de gunningsbeslissing in haar geheel zoals die in het administratief dossier zit, en zelfs nadien nog nieuwe middelen tegen die beslissing op te werpen. Dat hielp de stad niet. Zij beriep zich daarnaast op het verslag van nazicht van de offertes van 19 juni 2026, dat de gunningsbeslissing goedkeurt. Motivering door verwijzing naar zo’n verslag is toegelaten, oordeelde de Raad, maar enkel als het verslag uiterlijk bij de mededeling van de beslissing ter kennis van de bestemmeling is gebracht. Hier kreeg M.I.G.N.O.N.E. het pas te zien bij de neerlegging van het administratief dossier, zodat de motivering door verwijzing niet toelaatbaar was. Wat overbleef, waren enkel de motieven uit de kennisgevingsbrief en uit de gunningsbeslissing van 25 juni 2026 — en die bevatten geen enkele verwijzing naar de inhoud van de prijsverantwoording, laat staan een analyse ervan. De Raad noemde die motivering lacunair en gelijk te stellen met een stijlformule: zij laat de inschrijver niet toe te begrijpen waarom haar uitleg ontoereikend werd bevonden, noch zich ervan te vergewissen dat die uitleg daadwerkelijk en concreet is onderzocht vóór haar offerte nietig werd verklaard. Het belang bij de grief stond vast: het motiveringsgebrek ontnam M.I.G.N.O.N.E. de mogelijkheid om met kennis van zaken te beoordelen of en hoe zij beroep aantekende, en de waarborg tegen administratieve willekeur die de formele motiveringsplicht is. Het enige middel was ernstig. Bij de belangenafweging van artikel 15, derde lid, van de wet van 17 juni 2013 vroeg de stad enkel ‘de wijsheid van de Raad van State’ en noemde zij geen enkel nadelig gevolg van een schorsing, noch enige hoogdringendheid om perceel 1 te laten uitvoeren. Ambtshalve voegde de Raad eraan toe dat het loutere feit dat de opdracht al gesloten was, niet volstaat om de balans in het voordeel van de aanbesteder te doen overhellen. De schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd bevolen. De stukken 3 en 5 van het dossier van de verzoekster en de stukken A tot en met J van het administratief dossier blijven in dit stadium vertrouwelijk; over de kosten werd nog niet beslist.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest raakt twee dingen die bij prijsonderzoeken telkens weer misgaan. Het eerste is de verleiding van de conclusieve motivering: de aanbesteder schrijft het resultaat van zijn beoordeling op — ‘onvoldoende en niet omstandig’ — zonder de beoordeling zelf te tonen. Precies omdat artikel 36 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 hem verplicht de ontvangen verantwoording te beoordelen, moet uit de beslissing blijken dát en hóé hij dat gedaan heeft. Anders kan niemand nagaan — de inschrijver niet, de Raad van State niet — of de afwijzing steunt op een werkelijk, geïndividualiseerd onderzoek dan wel op een abstracte indruk. Dat is geen formalisme: de formele motiveringsplicht is de waarborg tegen administratieve willekeur, en het verlies van die waarborg volstaat op zich als belang bij de grief. Het tweede is de timing van de motivering door verwijzing. Een verslag van nazicht van de offertes mag de motivering dragen wanneer de aanbesteder zich de inhoud ervan toe-eigent, maar alleen als de inschrijver het uiterlijk bij de kennisgeving in handen heeft. Een verslag dat pas in de loop van de procedure voor de Raad opduikt, repareert niets: het komt te laat om de beslissing te schragen. Wie zijn motivering op een verslag bouwt en dat verslag achterhoudt, houdt dus in feite niets over. Leerzaam is ten slotte wat een aanbesteder in de schorsingsfase riskeert door niets aan te voeren. Gembloux verwees voor de belangenafweging naar de wijsheid van de Raad en noemde geen enkel concreet nadeel — dan is er ook niets te wegen. En de vaststelling dat de opdracht al gesloten was, hielp op zichzelf niet: een ondertekend contract is geen vrijgeleide tegen een schorsing.

De les

Bent u aanbesteder en weert u een offerte wegens een abnormaal lage prijs, schrijf dan in de beslissing zélf wat de inschrijver heeft aangevoerd en waarom dat tekortschiet — post per post, met de cijfers erbij. ‘Onvoldoende en niet omstandig’ is een besluit, geen motivering. Vroeg u verantwoording over de totaalprijs én over bepaalde eenheidsprijzen, behandel dan beide uitdrukkelijk. Wilt u steunen op het verslag van nazicht van de offertes, stuur dat verslag dan mee met de kennisgeving; bezorgt u het pas bij het administratief dossier, dan telt het niet mee. En verzorg de kennisgeving zelf: Gembloux gaf toe dat de motieven niet volledig waren meegedeeld — dat tast de wettigheid van de beslissing niet aan, maar het opent voor de geweerde inschrijver de volledige gunningsbeslissing en de mogelijkheid om nadien nieuwe middelen op te werpen. Bent u inschrijver en wordt uw offerte na een prijsverantwoording geweerd, lees de motivering dan als een test: kunt u eruit afleiden welk onderdeel van uw uitleg niet overtuigde? Zo niet, dan hebt u een ernstig middel, zonder dat u eerst moet aantonen dat uw prijs wél normaal was. Vraag in dezelfde beweging de vertrouwelijke behandeling van uw offerte en uw prijsverantwoording — de Raad willigde dat hier voor beide partijen in. En laat u niet afschrikken door een reeds gesloten contract: dat belet de schorsing niet.

Te onthouden

  • Een afwijzing wegens abnormaal lage prijs moet in de beslissing zelf uitleggen waarom de ontvangen verantwoording tekortschiet; ‘onvoldoende en niet omstandig’ is een stijlformule en volstaat niet.
  • Motivering door verwijzing naar het verslag van nazicht van de offertes geldt enkel als dat verslag uiterlijk bij de kennisgeving van de beslissing ter kennis van de inschrijver is gebracht — niet pas bij de neerlegging van het administratief dossier.
  • Een onvolledige mededeling van de motieven (art. 8, § 1, eerste lid, wet 17 juni 2013) is een gebrek ná de beslissing en tast haar wettigheid niet aan, maar laat de verzoeker toe haar middelen te richten op de volledige gunningsbeslissing en nadien nieuwe middelen op te werpen.
  • Het belang bij een motiveringsgrief volgt uit twee dingen: het verlies van de mogelijkheid om met kennis van zaken beroep in te stellen, en het verlies van de waarborg tegen administratieve willekeur.
  • Een aanbesteder die zich bij de belangenafweging beperkt tot ‘de wijsheid van de Raad’ en geen concreet nadeel aanvoert, geeft de Raad niets om te wegen; het enkele feit dat het contract al gesloten is, doet de balans niet kantelen.
  • De opdracht werd gegund aan de NV Bajart voor 839.229,04 euro inclusief btw; de kosten werden aangehouden en de offertes en prijsverantwoordingen blijven in dit stadium vertrouwelijk.

Waarop letten

  • Het onderscheid tussen de wettigheid van de beslissing — niet aangetast door een gebrekkige kennisgeving — en de procedurele gevolgen daarvan voor de omvang van het debat.
  • De datum waarop het verslag van nazicht ter kennis van de inschrijver komt: dat bepaalt of de motivering door verwijzing standhoudt.
  • Of de beoordeling zowel de totaalprijs als de bevraagde eenheidsprijzen dekt wanneer over beide verantwoording is gevraagd.
  • Dat de Raad hier enkel prima facie oordeelde: de schorsing zegt nog niets over de vraag of de prijs werkelijk abnormaal laag was.
  • De vertrouwelijkheidsregeling — stukken 3 en 5 van het verzoekersdossier en de stukken A tot en met J van het administratief dossier blijven afgeschermd.

Stel jezelf de vraag

Bevat uw afwijzingsbeslissing een eigen analyse van de ontvangen prijsverantwoording, of enkel het besluit dat ze ontoereikend was? Hebt u, als u zowel over de totaalprijs als over bepaalde eenheidsprijzen verantwoording vroeg, beide onderdelen uitdrukkelijk behandeld? Werd het verslag van nazicht waarnaar u verwijst, uiterlijk samen met de kennisgeving aan de inschrijver bezorgd? En als inschrijver: kunt u uit de u meegedeelde motieven begrijpen welk element van uw uitleg niet volstond — en zo niet, hebt u dat gebrek als zelfstandig middel opgeworpen, in plaats van u te beperken tot het betoog dat uw prijs normaal is?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →