Schorsing Franstalig college

Sint-Pieters-Woluwe publiceerde alle prijzen vóór de onderhandeling ‘uit transparantie’ — en verloor daarmee de gunning van de rue de l’Église

Arrest nr. 267476 · 13 augustus 2026 · VIe vakantiekamer, zitting houdend in kort geding

De gemeente Sint-Pieters-Woluwe publiceerde bij de opening van de offertes voor de heraanleg van de rue de l’Église het proces-verbaal met de globale prijzen van alle negen inschrijvers, nodigde daarna iedereen uit om een finale offerte in te dienen, en zag de NV Nutons van 592.293,88 naar 494.416,26 euro duiken; de Raad van State schorste de gunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid, omdat artikel 41, § 4 van de wet van 17 juni 2016 tijdens de onderhandeling élke mededeling van offertes verbiedt — ook van niet-vertrouwelijke globale prijzen — en het argument ‘wij kozen voor transparantie’ dat verbod niet opzijzet.

Wat gebeurde er?

In de zitting van 21 april 2026 besliste de gemeenteraad van Sint-Pieters-Woluwe over de opdracht nr. 2026.083/A//2026.E061.01/VOIRIE.HE-CV voor de heraanleg van de rue de l’Église in de loop van 2026: als plaatsingsprocedure werd de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking gekozen op grond van artikel 41, § 1, 2° van de wet van 17 juni 2016, en het bestek, de samenvattende opmeting, het veiligheids- en gezondheidsplan en de aankondiging werden goedgekeurd, met een geschatte kostprijs van 578.512,40 euro excl. btw of 700.000,00 euro incl. btw. De aankondiging verscheen op 22 april 2026. Artikel I.11 van het bestek was ondubbelzinnig: de prijs is het enige gunningscriterium, en de aanbestedende overheid kiest de economisch meest voordelige offerte op basis van de prijs. Op 19 mei 2026 dienden negen inschrijvers een offerte in via het eProcurement-platform. De NV Nekuta bood 548.886,13 euro excl. btw (664.152,22 euro incl. btw) en had daarmee de laagste regelmatig ingediende offerte; de NV Nutons bood 592.293,88 euro excl. btw (716.675,59 euro incl. btw). Diezelfde dag maakte de gemeente een proces-verbaal van opening op en publiceerde zij dat op het eProcurement-platform — mét de prijzen. Op 20 mei 2026 stuurde zij alle inschrijvers per e-mail plannen op die niet bij de aankondiging waren gevoegd, en gaf zij hen de mogelijkheid om tegen 10 juni 2026 om 12 uur een finale offerte in te dienen. Nekuta deed dat, met een nieuwe opmeting. Op 18 juni 2026 betwistte Nekuta de regelmatigheid van die tweede ronde: zij was ingeleid met een gewone e-mail, terwijl artikel I.8 van het bestek uitsluitend het eProcurement-platform voorschreef, en zij verweet de gemeente de concurrentie te hebben vervalst door eerst alle prijzen van de eerste ronde bekend te maken en daarna een nieuwe offerteronde te organiseren. Zij vroeg om de procedure recht te zetten door enkel de initiële offertes van 19 mei in aanmerking te nemen. Nog dezelfde dag vroeg de gemeente haar een erkenningsattest categorie C klasse 4 voor te leggen, wat zij twee uur later deed. Op 19 juni 2026 antwoordde de gemeente. Zij gaf de procedurele onwettigheid van de tweede ronde per e-mail toe en kondigde een regularisatie aan. Over de publicatie van de prijzen schreef zij dat zij ‘de keuze van de transparantie’ had gemaakt door de prijzen samen met de lijst van inschrijvers bekend te maken, en gaf zij toe dat zulke transparantie de concurrenten nuttige informatie geeft, met name bij onderhandeling — maar, zo voegde zij eraan toe, ‘de onderhandeling zet de tellers op nul’ omdat alle inschrijvers hun prijs kunnen bijstellen. Zij verstuurde vervolgens via het platform een nieuwe vraag om een offerte, met de uitnodiging om hetzij de beste offerte in te dienen, hetzij de bestaande ongewijzigd te handhaven (het gunningsverslag dateert die tweede uitnodiging op 24 juni 2026). Op 25 juni 2026 antwoordde Nekuta omstandig en voerde zij de schending aan van artikel 13, § 1, eerste lid en artikel 41, § 4, tweede lid van de wet van 17 juni 2016, van de vertrouwelijkheid en van de gelijke behandeling; diezelfde dag diende zij haar finale offerte in voor hetzelfde bedrag als haar initiële. Nutons diende op 24 juni 2026 een finale offerte in van 494.416,26 euro excl. btw of 598.243,67 euro incl. btw — bijna 100.000 euro onder haar eigen eerste bod. In het verslag van 26 juni 2026 berekende de gemeente een gemiddelde van 559.410,28 euro, met 475.498,74 euro als ondergrens en 643.321,83 euro als bovengrens bij een maximale afwijking van 15 %. Twee offertes werden als abnormaal hoog aangemerkt — die van de SA Les Entreprises Melin met een afwijking van 29,75 % en die van de SRL Val Terra met 41,55 % — maar omdat zij niet voor gunning in aanmerking kwamen, werden zij daarover niet bevraagd en niet geweerd. De eindrangschikking op prijs incl. btw luidde: Nutons 598.243,67 euro, Eurovia Belgium 656.648,35 euro, Nekuta 664.152,22 euro, Norre-Behaegel 664.224,96 euro, NTH Contractors 675.474,62 euro, Wase Wegenbouw 723.932,06 euro, Dekempeneer 736.324,95 euro, Melin 878.274,46 euro en Val Terra 958.147,99 euro. Op 2 juli 2026 gunde het college de opdracht aan Nutons en legde het daarvoor een krediet van 700.000 euro vast; nog diezelfde dag kreeg Nekuta het bericht van niet-gunning met de gemotiveerde beslissing en het verslag. Zij liet op 2 juli een ingebrekestelling bij deurwaardersexploot betekenen en stelde op 17 juli 2026 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen drie akten. De Raad van State herleidde dat tot één: de brief van niet-gunning berokkent geen nadeel en is dus geen voor beroep vatbare akte, het verslag van nazicht is een voorbereidende akte, en enkel de beraadslaging van 2 juli 2026 waarbij het college het verslag tot het zijne maakte en de opdracht gunde, doet nadeel. De gemeente betwistte ook het belang van Nekuta, die als derde gerangschikte hoe dan ook niet de begunstigde zou worden. Die exceptie werd verworpen: sinds de wet van 17 juni 2013 wordt het belang binnen dat toepassingsgebied niet meer beoordeeld aan de hand van het vooruitzicht van een voordeel uit de vernietiging — zoals een nieuwe kans op de opdracht — maar enkel aan de twee voorwaarden van artikel 14: een belang hebben of hebben gehad om de opdracht te verkrijgen, en geschaad zijn of dreigen te worden door de aangevoerde schendingen. Nekuta had een offerte ingediend en werd door de aangevoerde onwettigheden geschaad. Ten gronde onderzocht de Raad enkel het derde middel, over de publicatie van de prijzen in het proces-verbaal van 19 mei 2026. Hij vertrok van artikel 41, § 4, eerste lid: tijdens de onderhandeling moet de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers waarborgen en mag zij geen discriminerende informatie geven die sommigen boven anderen bevoordeelt. Daaruit volgt dat het haar — en wie ook — verboden is de offertes of elementen ervan aan de inschrijvers mee te delen zolang de gunningsbeslissing of de eventuele verzaking niet is genomen, en dat zonder enig onderscheid tussen vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke gegevens: de vraag of globale prijzen vertrouwelijk zijn, rijst in dat stadium dus niet eens. Het tweede lid voegt daar het verbod aan toe om vertrouwelijke informatie van een deelnemer aan de onderhandelingen door te geven zonder diens voorafgaande schriftelijke instemming, die geen algemene verzaking mag zijn. Op het niveau van artikel 13, § 1 wees de Raad het beroep op de mededeling van de voorlopige rangschikking af: dat mechanisme werd door de wet van 22 december 2023 ingevoerd om kmo’s betere toegang tot overheidsopdrachten te geven, het is een wettelijke uitzondering op het algemene mededelingsverbod en dus strikt te interpreteren, het geldt enkel voor opdrachten onder de Europese drempels die via een openbare of niet-openbare procedure worden geplaatst — wat een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking uitsluit — en het laat bovendien niet toe de rangschikking nominatief en algemeen of de prijzen van de inschrijvers bekend te maken. Nekuta had geen schriftelijke instemming gegeven. En al kregen alle inschrijvers dezelfde informatie, dan nog kenden zij allen de laagste prijs en dus de eerst gerangschikte, en konden zij hun finale offerte daaronder plaatsen: de concurrenten van Nekuta beschikten daarmee over voorkennis die haar schaadde. Door het proces-verbaal met de prijzen te publiceren had de gemeente het fundamentele element van de offertes prijsgegeven, aangezien de prijs na de formele ontvankelijkheid en de erkenning het enige gunningscriterium was. Dat prijzen op een bepaald moment toch bekend worden, doet daar niets aan af: dat moment ligt bij de gunning of de verzaking, niet tijdens de onderhandeling, wanneer de offertes nog kunnen worden aangepast. Het verweer dat het eProcurement-platform een proces-verbaal met of zonder prijzen toelaat, achtte de Raad niet pertinent: niet het proces-verbaal berokkent nadeel, maar de openbaarmaking ervan aan de concurrenten tijdens de onderhandeling. En de artikelen 83 tot 85 van het KB van 18 april 2017, waarvan de gemeente betreurde dat Nekuta hun schending niet aanvoerde, staan in de titel over de gunning in openbare en niet-openbare procedures, bepalen niet wat het proces-verbaal over de globale prijzen moet vermelden, en kunnen in geen geval afwijken van het wettelijke mededelingsverbod van artikel 13, § 1. Ook het argument dat onderhandelen nu juist betekent dat offertes verbeterd worden, hield geen stand. Het derde middel werd prima facie ernstig bevonden: door tijdens de onderhandeling de globale prijs van Nekuta aan haar concurrenten mee te delen, schond de gemeente de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 4, 13 en 41 van de wet van 17 juni 2016 en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State beval de schorsing van de gunningsbeslissing van 2 juli 2026 en de onmiddellijke uitvoering van het arrest, verwierp de vordering voor het overige, hield de aangeduide stukken in dit stadium vertrouwelijk en hield de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, in reserve.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest raakt een praktijk die veel aanbesteders in goed vertrouwen hanteren: het proces-verbaal van opening met de prijzen op eProcurement zetten, omdat het platform dat toelaat en omdat openheid vanzelf goed lijkt. In een openbare procedure onder de Europese drempels met de prijs als enig criterium heeft de wetgever daar sinds 2023 zelfs ruimte voor gemaakt, zij het beperkt tot de individuele en voorlopige plaats in de rangschikking. In een procedure met onderhandeling is dezelfde handeling fataal. De Raad van State leest artikel 41, § 4 als een absoluut mededelingsverbod dat loopt tot de gunning of de verzaking, en hij doet dat zonder de omweg via de vertrouwelijkheid: of globale prijzen nu vertrouwelijk zijn of niet, ze mogen tijdens de onderhandeling niet op straat liggen. Dat is de scherpste les van het arrest, want precies daar gaan verweren doorgaans de mist in — de gemeente hier verdedigde zich met het argument dat globale prijzen ‘in se niet door de vertrouwelijkheid gedekt’ zijn, en dat antwoord slaat naast de vraag. Even bruikbaar is de weerlegging van het intuïtieve tegenargument dat onderhandelen de tellers op nul zet. Formeel krijgt iedereen dezelfde kans om te verbeteren; materieel weet iedereen nu wat hij moet onderbieden, en dat treft in de eerste plaats degene die aanvankelijk het scherpst had gerekend. Nekuta gaf haar laagste prijs prijs en zakte van eerste naar derde, terwijl Nutons bijna 100.000 euro liet vallen. Wie de gelijkheid van kansen beschermt, beschermt dus ook het voordeel van de zorgvuldige eerste offerte. Ten slotte bevestigt het arrest twee procedurele punten die in de praktijk tijd sparen: een brief van niet-gunning en een verslag van nazicht zijn geen aanvechtbare akten — enkel de gunningsbeslissing zelf is dat — en een derde gerangschikte heeft wel degelijk belang, omdat artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 niet langer een concreet vooruitzicht op de opdracht vereist. Het toegeven van de eerste procedurefout door de gemeente, en de poging om die met een nieuwe ronde via het platform recht te zetten, hielp haar uiteindelijk niet: de eerste fout — de bekendmaking van de prijzen — kon door geen enkele regularisatie meer worden uitgewist.

De les

Onderhandelt u als aanbesteder, in welke variant ook, dan deelt u vóór uw gunnings- of verzakingsbeslissing niets mee over de offertes: geen globale prijzen, geen rangschikking, geen namen bij bedragen, aan niemand. Zet het proces-verbaal van opening in die procedures dus niet met prijzen online, ook al laat het platform dat technisch toe en ook al vraagt niemand ernaar. De uitzondering die de wet van 22 december 2023 voor kmo’s invoerde, geeft u geen dekking: ze geldt enkel onder de Europese drempels, enkel in een openbare of niet-openbare procedure, en ze laat hoogstens toe elke inschrijver zijn eigen voorlopige plaats te melden — niet de lijst, niet de prijzen. Wilt u toch vertrouwelijke informatie van een inschrijver gebruiken of doorgeven, dan hebt u zijn voorafgaande schriftelijke instemming nodig voor precies omschreven gegevens; een algemene verzaking bestaat niet. En reken niet op een regularisatie: dat u een tweede ronde correct via het platform herstart, wist de eerdere bekendmaking van de prijzen niet uit. Bent u inschrijver en ziet u de prijzen van een onderhandelde opdracht verschijnen vóór de gunning, dan hebt u een ernstig middel in handen — reageer schriftelijk, meteen, en stel vast dat u geen instemming met die mededeling hebt gegeven. Richt uw vordering tegen de gunningsbeslissing zelf, niet tegen de brief van niet-gunning of het verslag van nazicht, die geen nadeel berokkenen. En laat u niet afschrikken doordat u niet als tweede gerangschikt staat: sinds de wet van 17 juni 2013 volstaat het dat u een belang had om de opdracht te krijgen en door de aangevoerde onwettigheid geschaad bent of dreigt te worden.

Te onthouden

  • Artikel 41, § 4, eerste lid van de wet van 17 juni 2016 verbiedt de aanbestedende overheid — en wie ook — de offertes of elementen ervan aan de inschrijvers mee te delen zolang de gunningsbeslissing of de verzaking niet is genomen.
  • Dat verbod maakt geen onderscheid tussen vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke gegevens: de vraag of de voorgestelde globale prijzen vertrouwelijk zijn, rijst in dat stadium niet.
  • De bij wet 22 december 2023 ingevoerde mededeling van de individuele en voorlopige plaats in de rangschikking is een strikt te interpreteren uitzondering: enkel onder de Europese drempels en enkel in een openbare of niet-openbare procedure, dus niet in een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking — en ze laat evenmin een nominatieve rangschikking of de prijzen toe.
  • Dat alle inschrijvers dezelfde informatie kregen, neutraliseert de schending niet: zij kennen dan allen de laagste prijs en kunnen hun finale offerte daaronder plaatsen, wat de best geplaatste inschrijver schaadt.
  • De artikelen 83 tot 85 KB 18 april 2017 gelden voor de openbare en niet-openbare procedure, bepalen de inhoud van het proces-verbaal inzake globale prijzen niet, en kunnen niet afwijken van het mededelingsverbod van artikel 13, § 1.
  • Niet het proces-verbaal zelf berokkent nadeel, maar de openbaarmaking ervan aan de concurrenten tijdens de onderhandeling.
  • Een brief met bericht van niet-gunning berokkent geen nadeel en is geen voor beroep vatbare akte; het verslag van nazicht is een voorbereidende akte. Enkel de gunningsbeslissing van het college doet nadeel.
  • Het belang bij een beroep wordt binnen het toepassingsgebied van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 niet meer getoetst aan het vooruitzicht van een voordeel: een als derde gerangschikte inschrijver is ontvankelijk zodra hij een belang had om de opdracht te krijgen en door de aangevoerde schendingen geschaad is of dreigt te worden.
  • Abnormaal hoge offertes die niet voor gunning in aanmerking komen, hoeven niet te worden bevraagd en niet te worden geweerd — hier de offertes met afwijkingen van 29,75 % en 41,55 %.
  • De Raad beval de onmiddellijke uitvoering van het arrest en hield de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, in reserve.

Waarop letten

  • De publicatie-instellingen van het eProcurement-platform: dat het technisch mogelijk is een proces-verbaal met prijzen te publiceren, betekent niet dat het in een onderhandelingsprocedure mag.
  • Het exacte toepassingsgebied van de uitzondering uit de wet van 22 december 2023 — drempel én procedurevorm — vóór u iets over de rangschikking prijsgeeft.
  • De vereiste van een voorafgaande, schriftelijke en specifieke instemming: een algemene verzaking aan de vertrouwelijkheid bestaat niet.
  • De onmogelijkheid om een bekendmaking van prijzen nadien te regulariseren, ook niet door de onderhandelingsronde correct over te doen via het platform.
  • Het onderscheid tussen de drie akten die men geneigd is samen aan te vechten: kennisgeving, verslag van nazicht en gunningsbeslissing.
  • Bestekvoorschriften over het communicatiekanaal (hier artikel I.8: uitsluitend eProcurement) — een tweede offerteronde per gewone e-mail inleiden is onwettig, zoals de gemeente zelf toegaf.

Stel jezelf de vraag

Publiceert u in uw onderhandelingsprocedures het proces-verbaal van opening met de prijzen, of houdt u die tot de gunnings- of verzakingsbeslissing onder u? Weet u dat het mededelingsverbod van artikel 41, § 4 tijdens de onderhandeling geen onderscheid maakt tussen vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke gegevens, zodat de vraag of globale prijzen vertrouwelijk zijn zich niet stelt? Hebt u nagegaan of de uitzondering van de wet van 22 december 2023 in uw procedure überhaupt van toepassing is — onder de Europese drempel én openbaar of niet-openbaar — en beseft u dat ze enkel de eigen voorlopige plaats dekt, niet de nominatieve rangschikking of de prijzen? Beschikt u over een voorafgaande, schriftelijke en specifieke instemming voor elk vertrouwelijk gegeven dat u wilt gebruiken? En als inschrijver: hebt u onmiddellijk schriftelijk gereageerd toen de prijzen tijdens de onderhandeling zichtbaar werden, en richt u uw vordering tegen de gunningsbeslissing zelf?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →