De omzet-eis voor het feest van 21 juli verdrievoudigt — maar de overheid vergeet uit te leggen waarom
De Raad van State vernietigt het bijzonder bestek voor de organisatie van de festiviteiten van de nationale feestdag, omdat de Belgische Staat het selectiecriterium voor de economische draagkracht — een jaaromzet van 2.000.000 euro voor elk van de drie laatste boekjaren in plaats van een cumulatieve omzet over drie jaar — niet afdoende heeft verantwoord.
Wat gebeurde er?
De Belgische Staat schrijft een overheidsopdracht uit voor de organisatie van de festiviteiten van 21 juli, inclusief een groot publieksspektakel, een live televisie-uitzending, veiligheid, horeca en promotie. Het bestek vereist dat de inschrijver in elk van de drie laatste boekjaren minstens 2.000.000 euro omzet heeft gerealiseerd. Shadow To Live, een evenementenbedrijf, vecht het bestek aan. Het kernargument: voor de vorige opdracht (festiviteiten van 21 juli 2023) was het selectiecriterium een cumulatieve omzet van 2.000.000 euro over drie jaar. Nu wordt dat 2.000.000 euro per jaar — een verdrievoudiging van de drempel, terwijl de prestaties en het budget nagenoeg identiek zijn. In arrest 259.655 van 26 april 2024 schorst de Raad het bestek bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De Staat voert twee rechtvaardigingen aan: (1) de vrijheid om selectie-eisen aan te scherpen, en (2) het feit dat de nieuwe opdracht drie edities omvat (2024, 2025, 2026) in plaats van één. De Raad verwerpt beide. De vrijheid om eisen aan te scherpen is geen rechtvaardiging op zichzelf — de overheid moet concreet uitleggen waarom de nieuwe drempel proportioneel is. En de verwijzing naar drie edities wordt weerlegd door het administratief dossier: de verscherping was al voorzien toen de opdracht nog slechts één editie betrof. Op de zitting opperde de Staat nog een derde rechtvaardiging: een 'verduidelijking' van de formulering. Maar die rechtvaardiging stond niet in de nota met opmerkingen en bleek niet uit het dossier. Na de schorsing vraagt de Staat geen voortzetting van de procedure. De Raad past de verkorte procedure toe (artikel 17, §6) en vernietigt het bestek.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert het proportionaliteitsbeginsel bij selectiecriteria in de praktijk. Een aanbestedende overheid mag haar eisen aanscherpen, maar die verscherping moet concreet verantwoord zijn ten opzichte van de kenmerken van de opdracht. Een verdrievoudiging van de omzet-eis zonder inhoudelijke rechtvaardiging — terwijl de prestaties en het budget vergelijkbaar zijn — is disproportioneel en beperkt de mededinging kunstmatig. Opvallend is ook de verkorte procedure: de Staat schorst het bestek, laat de termijn voor voortzetting verstrijken, en de Raad vernietigt zonder verdere procedure.
De les
Als aanbesteder: je bent vrij om selectiecriteria aan te scherpen, maar die vrijheid is geen rechtvaardiging op zichzelf. Leg concreet en verifieerbaar uit waarom de nieuwe drempel proportioneel is in het licht van de aard en omvang van de opdracht. Bewaar de chronologie van je beslissingsproces in het administratief dossier — als het dossier de opgegeven rechtvaardiging tegenspreekt, val je door de mand. Als inschrijver: vergelijk selectiecriteria met eerdere gelijkaardige opdrachten van dezelfde aanbesteder. Een onverklaarde verscherping kan wijzen op een disproportionele beperking van de mededinging.
Te onthouden
- Selectiecriteria moeten proportioneel zijn aan het voorwerp van de opdracht — artikel 71 van de wet van 17 juni 2016 en artikel 65 van het KB Plaatsing vereisen dat de eisen 'lié et proportionné à l'objet du marché' zijn.
- De vrijheid van een aanbestedende overheid om selectie-eisen aan te scherpen is geen rechtvaardiging op zichzelf — de overheid moet concreet uitleggen waarom de nieuwe drempel proportioneel is.
- Als het administratief dossier de chronologie van de besluitvorming weergeeft en daaruit blijkt dat de verscherping al was voorzien vóór de inhoudelijke wijziging die haar zou rechtvaardigen, is de rechtvaardiging ongeloofwaardig.
- Een rechtvaardiging die pas op de zitting wordt aangevoerd en niet in de nota met opmerkingen of het administratief dossier staat, wordt niet aanvaard.
- Verkorte procedure (art. 17, §6): als de verwerende partij na een schorsing niet binnen 30 dagen om voortzetting van de procedure verzoekt, kan de Raad het bestreden besluit vernietigen zonder verdere rechtspleging.
Waarop letten
- De omzet-eis verscherpt van een cumulatieve drempel over drie jaar naar een jaarlijkse drempel per boekjaar — een verdrievoudiging, terwijl de prestaties en het budget nagenoeg gelijk zijn.
- De Staat voert drie rechtvaardigingen aan (vrijheid, drie edities, verduidelijking), maar geen enkele wordt gedragen door het administratief dossier.
- De chronologie in het dossier weerlegt de rechtvaardiging: de verscherping was al voorzien toen de opdracht nog slechts één editie betrof.
- Na de schorsing laat de Staat de termijn voor voortzetting verstrijken — dat leidt tot vernietiging via verkorte procedure.
Stel jezelf de vraag
Heb je een selectiecriterium verscherpt ten opzichte van een eerdere gelijkaardige opdracht? Kun je concreet uitleggen — met elementen die uit het administratief dossier blijken — waarom de nieuwe drempel proportioneel is? Of is de verscherping genomen vóór de inhoudelijke wijziging die haar zou rechtvaardigen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →