Verwerping Nederlandstalig college

Bij slechts twee offertes is de ene geen maatstaf voor de andere — en een 'verwachting' in het bestek is nog geen essentiële minimumeis

Arrest nr. 264698 · 30 oktober 2025 · XIVe

De Raad verwerpt drie middelen: een groot prijsverschil op één post volstaat niet om een abnormale prijs vast te stellen wanneer de aanbesteder een onderbouwd algemeen prijsonderzoek heeft gevoerd, de besteksvermelding dat men 'verwacht' dat iets volledig digitaal verloopt is geen pass/fail-minimumvereiste, en selectieve kritiek op deelelementen van de motivering ondermijnt geen globale beoordeling.

Wat gebeurde er?

De stad Antwerpen gunt via mededingingsprocedure met onderhandeling een raamovereenkomst voor het takelen en stallen van voertuigen aan de zittende dienstverlener (107 punten vs. 102,54 voor de verzoekende maatschap). Het geschil draait rond drie punten. Eerste middel: de gekozen inschrijver biedt voor de post 'prijs inning' 0,12 euro aan tegen 1,03 euro voor de verzoekers (verschil 88%), bij een maximumprijs van 10 euro — onvoldoende prijsonderzoek? Tweede middel: het bestek vereist een 'volwaardig operationele digitale toepassing voor realtime-opvolging', maar de gekozen inschrijver werkt deels met manuele invoer — substantieel onregelmatig? Derde middel: de gekozen inschrijver krijgt meer punten voor administratieve afhandeling ondanks kritieken in het verslag, en 9/10 voor duurzaamheid waar 'goed' staat — inconsistente motivering?

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bundelt drie kernthema's die in de dagelijkse aanbestedingspraktijk voortdurend opduiken. Ten eerste prijsonderzoek: bij slechts twee inschrijvers is de ene offerte geen objectieve maatstaf om de andere als abnormaal te bestempelen. Een zittende dienstverlener die al heeft geïnvesteerd in infrastructuur kan een fractie van de maximumprijs aanbieden voor een post die zich leent tot automatisering — dat is geen abnormale prijs, maar een concurrentievoordeel. Ten tweede minimale eisen vs. verwachtingen: de formulering dat de aanbesteder 'verwacht' dat iets volledig digitaal verloopt, creëert geen pass/fail-vereiste. Het maakt deel uit van de kwalitatieve beoordeling, niet van het regelmatigheidsonderzoek. Manuele invoer bij aanvang van een fysiek proces (voertuiggegevens vastleggen) is inherent aan de opdracht en maakt een offerte niet substantieel onregelmatig. Ten derde: een selectieve lezing van kritieken in het evaluatieverslag ondermijnt de globale beoordeling niet — het is het geheel van de motivering dat telt.

De les

Wie in een bestek formuleert dat hij iets 'verwacht', creëert geen absolute minimumeis maar een gunningscriterium. Wie een echte pass/fail-vereiste wil, moet dat ondubbelzinnig formuleren. En bij prijsonderzoek: een groot relatief verschil op één enkele post — zeker als beide prijzen een fractie zijn van de maximumprijs — dwingt niet automatisch tot een abnormaal-prijzenonderzoek, zeker niet als de context (zittende dienstverlener, automatisering, reeds afgeschreven investeringen) het verschil verklaart.

Te onthouden

  • Drie vuistregels uit dit arrest: (1) bij twee inschrijvers is de ene offerte geen objectieve benchmark voor de andere; (2) 'verwacht' ≠ 'vereist' in bestekstermen; (3) manuele invoer van fysieke gegevens in een digitaal systeem is inherent aan de uitvoering en maakt het systeem niet niet-digitaal.

Waarop letten

  • Let bij het opstellen van bestekken op de juridische draagwijdte van je woordkeuze. 'Verwacht' creëert een beoordelingselement, 'vereist' of 'moet' creëert een minimumeis. En bij prijsonderzoek in onderhandelingsprocedures: documenteer ook het tussenliggende onderhandelingsproces, want de context van prijsevolutie over opeenvolgende offerterondes kan cruciaal zijn voor de beoordeling van de eindprijs.

Stel jezelf de vraag

Formuleer je besteksvereisten als 'verwachting' of als harde minimumeis? Het verschil bepaalt of non-conformiteit leidt tot uitsluiting of enkel tot een lagere score. Heb je bij een prijsverschil op een individuele post gekeken naar de context — aard van de post, marktpositie van de inschrijver, eerdere investeringen — voordat je beslist of een abnormaal-prijzenonderzoek nodig is? Bevat je prijsonderzoek meer dan een standaardformulering? Het verslag mag bondig zijn als er geen problemen zijn, maar het administratief dossier moet de analyse onderbouwen.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →