Ontoereikende motivering van subcriteria volstaat niet wanneer het puntenverschil te groot is om het resultaat te beïnvloeden
De Raad van State verwerpt de vordering van een IT-opleidingsbedrijf tegen de gunning van een raamovereenkomst voor IT-opleidingen (game design, motion design, compositing VFX), omdat de gedeeltelijk ontoereikende motivering van bepaalde subcriteria onvoldoende punten betreft om de kloof met de drempel of de eerstgerangschikte te overbruggen, de beoordelingskritiek op de kwalificaties van trainers niet is gestaafd, en de selectieve uitnodiging tot een BAFO het gelijkheidsbeginsel niet schendt nu die BAFO enkel de prijs betrof en de verzoekende partij reeds de laagste prijs had.
Wat gebeurde er?
Het Institut Bruxellois Francophone pour la Formation Professionnelle (Bruxelles Formation) schrijft via een procédure négociée directe avec publication préalable een raamovereenkomst uit voor IT-opleidingsdiensten, opgedeeld in elf percelen. Real Reality SRL dient een offerte in voor drie percelen: lot 9 (Game Design), lot 10 (Motion Design) en lot 11 (Compositor VFX). Het bestek voorziet twee gunningscriteria: kwaliteit van het opleidingsaanbod (80 punten, met subcriteria voor onder meer pedagogische aanpak, kwalificaties van trainers, en relevantie van het programma) en prijs (20 punten). Voor lot 9 wordt de offerte van Real Reality onregelmatig verklaard: zij behaalt 39 op 80 punten voor kwaliteit, terwijl het bestek een minimumdrempel van 60% (48/80) voorschrijft. Voor lot 10 en lot 11 wordt de offerte regelmatig bevonden, maar eindigt Real Reality telkens op de tweede plaats, met een kloof van 16 punten (lot 10) respectievelijk 18 punten (lot 11) ten opzichte van de eerstgerangschikte, Ascent. Bruxelles Formation nodigt uitsluitend Ascent uit voor een BAFO (Best and Final Offer) voor lots 10 en 11, die enkel de prijs betreft. Real Reality vordert schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en voert vier middelen aan. Het eerste middel betreft de formele motiveringsplicht. De Raad onderzoekt per lot en per subcriterium of de motivering toereikend is. Voor lot 9 stelt hij vast dat de motivering voor subcriteria 1 (pedagogische aanpak) en 6 (certificering en evaluatie) ontoereikend is — de beoordelingscommissie herhaalt er de bestekstekst zonder de specifieke offerte van Real Reality te evalueren. Voor lot 10 is de motivering van subcriteria 4, 5 (gedeeltelijk) en 6 ontoereikend, en voor lot 11 van subcriteria 1, 3, 5 (gedeeltelijk) en 6. De Raad berekent vervolgens hoeveel punten maximaal door deze gebrekkige motivering worden geraakt: 8 punten voor lot 9, 6 punten voor lot 10 en 10 punten voor lot 11. Zelfs indien Real Reality op al deze punten het maximum zou scoren, bereikt zij voor lot 9 niet de drempel van 48/80 (39 + 8 = 47), en overbrugt zij voor lots 10 en 11 niet de kloof met Ascent (die respectievelijk 16 en 18 punten bedraagt). Het middel wordt verworpen wegens gebrek aan belang. Het tweede middel stelt dat de beoordelingscommissie de kwalificaties van de voorgestelde trainers onjuist heeft beoordeeld, met name door onterecht te stellen dat bepaalde cv's niet relevant waren voor game design, motion design of compositing. De Raad overweegt dat de beoordeling van de relevantie van opleidingen en certificeringen binnen de beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid valt. De verzoekende partij legt niet concreet uit waarom de beoordeling manifest onredelijk zou zijn. Het middel is niet ernstig. Het derde middel voert een schending aan van artikel 81 van de wet overheidsopdrachten, stellend dat de beoordelingscommissie zich heeft beperkt tot het invullen van een formulier met scores in plaats van een werkelijke inhoudelijke evaluatie uit te voeren. De Raad verwerpt dit: het feit dat sommige toelichtingen bij subcriteria te summier zijn om de beoordeling te verifiëren, maakt de evaluatiemethode op zich niet onwettig. De beoordelingscommissie heeft per subcriterium een score en toelichting gegeven — het probleem zit in de diepte van bepaalde motiveringen, niet in de methode. Het vierde middel betreft het gelijkheidsbeginsel: Real Reality betoogt dat het discriminerend is om enkel Ascent uit te nodigen voor een BAFO voor lots 10 en 11 en niet de andere inschrijvers. De Raad verwerpt dit. Het bestek bepaalt dat de aanbestedende overheid een BAFO kan vragen aan de inschrijvers van haar keuze. De BAFO betreft uitsluitend de prijs. Aangezien Real Reality voor lots 10 en 11 reeds de laagste prijs had, zou een uitnodiging tot een prijs-BAFO haar geen voordeel opleveren — zij kan haar prijs niet verhogen en een verdere verlaging brengt haar niet dichter bij Ascent op het kwalitatieve criterium. Er is dus geen nadeel en geen schending van het gelijkheidsbeginsel. Alle middelen falen. De vordering wordt verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt drie principes die regelmatig terugkeren bij de beoordeling van offertes in complexe raamovereenkomsten. Ten eerste: een gebrekkige motivering van bepaalde subcriteria leidt niet automatisch tot schorsing. De Raad past een pragmatische toets toe: hij berekent hoeveel punten maximaal door de gebrekkige motivering worden geraakt en gaat na of die punten het resultaat zouden kunnen veranderen. Wanneer de kloof te groot is — hier: zelfs met maximale punten op de gebrekkig gemotiveerde subcriteria werd de drempel of de eerstgerangschikte niet bereikt — heeft de verzoekende partij geen belang bij het middel. Ten tweede: de beoordeling van de relevantie van kwalificaties en cv's van voorgesteld personeel valt binnen de ruime beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid; een inschrijver die deze beoordeling wil betwisten, moet concreet aantonen waarom zij manifest onredelijk is. Ten derde: het uitnodigen van slechts één inschrijver voor een BAFO schendt het gelijkheidsbeginsel niet wanneer die BAFO enkel de prijs betreft en de andere inschrijvers daar geen voordeel uit zouden halen.
De les
Wanneer u als inschrijver een gebrekkige motivering van bepaalde subcriteria wilt aanvechten, maak dan eerst de rekensom: hoeveel punten zijn maximaal door die gebrekkige motivering geraakt, en volstaat dat om de drempel te bereiken of de kloof met de eerstgerangschikte te dichten? Indien niet, zal de Raad uw middel verwerpen wegens gebrek aan belang — ongeacht of de motivering inderdaad tekortschoot. Investeer in dat geval uw juridische argumentatie liever in andere middelen. Wat betreft de beoordeling van trainersprofielen: het volstaat niet om te stellen dat uw trainers wél gekwalificeerd zijn — u moet concreet aantonen waarom de beoordeling van de aanbestedende overheid manifest onredelijk is, bijvoorbeeld door aan te tonen dat een bepaalde certificering rechtstreeks verband houdt met het gevraagde opleidingsdomein en dat de beoordelingscommissie dit verband niet kon miskennen. Als aanbesteder: motiveer élk subcriterium specifiek voor élke inschrijver, ook wanneer de score niet doorslaggevend lijkt — het voorkomt procedures en versterkt de rechtszekerheid van de gunningsbeslissing.
Stel jezelf de vraag
Hebt u als inschrijver bij een procedure met kwalitatieve gunningscriteria de rekensom gemaakt of een eventuele gebrekkige motivering van subcriteria voldoende punten betreft om het resultaat te beïnvloeden? Hebt u, wanneer u de beoordeling van trainerscv's wilt betwisten, concreet onderbouwd waarom de beoordeling manifest onredelijk is in plaats van enkel te stellen dat uw trainers gekwalificeerd zijn? Als aanbesteder: hebt u elk subcriterium specifiek gemotiveerd per inschrijver, met verwijzing naar de concrete offerte en niet enkel een herhaling van de bestekstekst?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →